website sambroersma.nl

 

Na zoveel jaren geschiedenis van de mensheid mogen we toch wel vaststellen, dat de mens zich omringd weet door vele vormen van bedrog. Voor velen zal het wellicht, net als voor mij, een grote schok en teleurstelling zijn te moeten vaststellen, dat (ook) Hare Majesteit koningin Beatrix der Nederlanden maling heeft aan haar op de Grondwet afgelegde eed.

Het staat onomstotelijk vast, dat onze Majesteit er zelfs herhaaldelijk niet tegenop heeft gezien om mij en haar burgers te verraden. Als een met hoog aanzien beklede en invloedrijke dienares van de machtige financiële elite, tevens hoofd van de Nederlandse regering en voorzitter van Nederlands hoogste bestuursrechtbank (Raad van State), blijkt het haar geen enkele moeite te kosten om misdaden, fraude en misdrijven van onder meer Jan Peter Balkenende, Gerrit Zalm, en de onvoorstelbare boevenclub bij Justitie, onder leiding van Piet Hein Donner, in haar koninklijke doofpot te stoppen. En om het daar vervolgens (uiteraard tegen alle regels in) voor haar niets vermoedende burgers verstopt te blijven houden.

Wanneer nu de monarchie (Hare Majesteit koningin Beatrix der Nederlanden) gaat dienen als dekmantel voor schendingen door bewindslieden van de Grondwet en andere wetten, dan kan er toch geen enkele twijfel zijn, dat er hier sprake is van onaanvaardbaar grensoverschrijdend gedrag van onze vorstin. En daarover moet of mag u best geïnformeerd worden. Keihard schriftelijk bewijs dat het hier niet om Majesteitschennis gaat, maar om een uiterst serieuze zaak, bevindt zich in mijn (extra veilig gesteld) dossier. Ik wens nadrukkelijk de Majesteit niet te beledigen, maar ik blijf wel mijn wettelijke rechten in deze staat opeisen. Ook onze vorstin mag mij die niet onthouden.

 

Zijn dit Hare Majesteit's beweegredenen?

 

Ik, Hare Majesteit koningin Beatrix der Nederlanden, heb als hoofd van de Nederlandse regering per brief van 20 april 2001 bij Koninklijk besluit bekendgemaakt, dat staatsburger Sam Broersma uit Zoutelande, met fiscaal nummer 0428 70 239, niet de volledige bescherming van de Nederlandse Grondwet en andere wetten geniet, dan wel mag genieten.

Lieve landgenoten, ook laat ik u weten, dat artikel 1 van de Grondwet, dat een ieder voor de wet gelijk zou zijn, uiteraard een sprookje is. In weerwil van de Grondwet en van alle andere wettelijke regelingen stem ik er nadrukkelijk mee in, dat naast mijn persoon onder meer “politiek Den Haag” bestuursrechterlijk en strafrechterlijk onschendbaar gehouden wordt. Want de wet is er tenslotte slechts voor de “dommen” en niet voor ons, de financiële machtdragende elite.  Ik, Beatrix, uit het veel besproken geslacht Zur Lippe-Biesterveld, steek daarvoor gaarne mijn middelvinger op.

 

Tot rechteloos staatsburger gemanoeuvreerde Sam Broersma uit Zoutelande

 

Aan belangstellenden laat ik weten, dat ik al vijf jaar schrijf aan mijn boek “Hare Majesteit’s leugens regeren”, met als subtitel ”de staat der Nederlanden als criminele organisatie”, om een zeer zwaar misdrijf in “Politiek Den Haag” volledig bloot te leggen.  Ik streef ernaar, om dit boek rond juli 2009 op de markt te kunnen (laten) brengen. Ik schrijf nu nog aan de laatste twee van de in totaal 40 hoofdstukken van mijn manuscript.

 

Laatste aanpassing van deze website; 27-04-2005, 28-06-2005, 25-10-2007, 2-2-2009


Deze website is nog niet onder bredere aandacht gebracht. Deze site is ook niet af, en er zal, in deze vorm, ook niet veel meer aan veranderen. Wanneer mijn boek gereed is, zal deze website er sterk anders uit gaan zien. Wel kunt u nu al, door de prikkels op deze site, kennis nemen van een ‘nieuwe’ donkere achterkant van "politiek Den Haag", en van onze Majesteit.

 

Email: sam@sambroersma.nl

 

 

Publieke boodschap aan de Majesteit en aan de bevolking van Nederland. Het gaat over een belangrijk geheim gehouden misdrijf en over een jammerlijke onwaarheid (een schandaal) van en rond onze koningin. Onze Majesteit blijkt het recht te vertrappen.

 

Majesteit, ik weet niet meer zeker, hoe ik over u moet denken. Zo weet ik niet meer, of ik u nog langer een statige intelligente aimabele koningin mag vinden, of dat ik u in wezen moet zien als een keiharde zakenvrouw die primair haar eigen belangen, die van de financiële elite en die van “politiek Den Haag“ veilig wil stellen boven de wettelijke rechten van haar burgers. U geeft mij alle reden om dit laatste te denken. Omdat u helaas niet meer naar mij toe wilt reageren (u wenst mij kennelijk zelfs dood te zwijgen), en omdat de toonaangevende media onder invloed van de machtstructuur, waarvan zij en u deel uitmaken, mij tot nu toe geen platform hebben willen en mogen geven, probeer ik u en de bevolking van Nederland dan eerst maar langs deze (transparante en ongecensureerde) internetweg te bereiken.

 

In mijn conflict met de Nederlandse regering is het een keihard gegeven geworden, dat u ermee hebt ingestemd, en er mee in blijft stemmen, dat een zeer ernstige fraudezaak binnen uw regering, met foute hoofdrollen voor zowel uzelf, de staatssecretaris en minister van Financiën, de Minister-president en voor de minister van Justitie (en onder hen een groot aantal (top)ambtenaren), onder uw koninklijke mantel in de doofpot is weggestopt. Deze duidelijk op schrift gestelde bittere feitelijkheid is voor u, voor mij en voor Nederland geen leuk bericht Majesteit. Als hoofd van de Nederlandse regering lijkt u in de waan te verkeren, dat u het grootste recht zou hebben om wettelijke voorschriften (om de wet) te mogen negeren. Geeft u mij één reden waarom ik deze fraudezaak voor het Nederlandse volk geheim zou moeten houden. Ik geef u nu direct al twee redenen waarom een bekendmaking van het (ook) op regeringsniveau gepleegde zeer ernstige bedrog gewenst is.

 

Een koningin mag en bewindslieden mogen nooit liegen, en een koningin mag en bewindslieden mogen nooit de wettelijke voorschriften en bestendig beleid schenden. En dat is in mijn conflict met de Nederlandse regering onweerlegbaar wel gebeurd. Bij uw kroning zij u ook nog;

 

"Zo waarlijk helpe mij God almachtig. Geen ander streven heb ik dan mij in te zetten voor u en voor ons hele volk, en het land te dienen. Leve Nederland. Ik zweer aan het Nederlandse volk dat ik de grondwet steeds zal onderhouden en handhaven".

 

Helaas blijkt ook deze belofte een pijnlijke leugen te zijn. U blijft uw plicht en uw expliciet uitgesproken belofte geschonden houden. De mede door u gepleegde leugens en schendingen in mijn conflict met de overheid dienen gecorrigeerd te worden, maar waarom gebeurt dit niet? Waarom laat u dit gebeuren Majesteit, waarom blijft u dit toestaan? Dit valt toch absoluut niet te begrijpen?   

 

Waar de Monarchie schandalen behoort te vermijden, daar lijkt u juist bewust wel op een publiekelijk schandaal aan te willen sturen Majesteit. Eerst accepteert u bedrog van uw bewindslieden, en dan, ondanks aanhoudend en juist onderbouwd valide protest van mijn kant, blijft u dit bedrog onder uw Koninklijke mantel in de doofpot verborgen houden. Hieromtrent heb ik u meerdere keren, via uw Kabinet der Koningin, via uw regeringskabinet, en via uw particulier secretaris Van Rossum, geïnformeerd. U weet alles van dit conflict, en u blijft het allemaal goedvinden. Volstrekt sluitend schriftelijk keihard bewijs van bedrog op het hoogste niveau is reeds lange tijd in uw bezit, en wordt door u doodgezwegen. U bent van alle uitgehaalde smerige criminele streken volledig op de hoogte, en u doet niets. Waarom laat u dit alles gebeuren? Wilt u deze schending van integriteit eens, zonder leugens te vertellen, aan het volk uitleggen? Een monarch die liegt en bedriegt over de rug van haar burgers, dat kan en mag toch nooit uw bedoeling zijn, en dat mag toch nooit uw instemming hebben Majesteit? Waarom zou ik voor uw onwettig willekeurig handelen moeten buigen? En waarom zou u met uw enorme macht en invloed het recht mogen vertrappen? Dit zijn vreselijk harde woorden Majesteit, maar de feiten liggen helaas ook daadwerkelijk en onweerlegbaar zo.

 

Doordat de staatssecretaris van Financiën ten aanzien van mijn bedrijf Trading Advice (spreek uit Treeding Edvais), beleggingsadviezen en vermogensbeheer, in de periode 1995 - 1997 meerdere keren de wettelijke voorschriften op grove en onbegrijpelijke wijze schond en geschonden hield, draaide de staatsecretaris mijn bedrijf in die periode figuurlijk de nek om. Ik heb de staatssecretaris van Financiën een schikking van 60 miljoen euro voorgesteld voor de door mij geleden schade, welk voorstel staatssecretaris van Financiën Joop Wijn op 7 maart 2005 heeft afgewezen. De staatssecretaris van Financiën (destijds Willem Vermeend) heeft mij in de genoemde twee jaar, door zijn onrechtmatig handelen, het werken met mijn bedrijf Trading Advice feitelijk onmogelijk gemaakt. Daarnaast heeft deze staatssecretaris de Tweede Kamer der Staten Generaal en de Nationale Ombudsman bewust misleid inzake de feitelijkheden van mijn bedrijf. Ook staatssecretaris Joop Wijn heeft geweigerd om een strafrechtelijk onderzoek naar gepleegde misdrijven in te laten stellen.

 

De staatsecretaris onthield mij bij zijn onrechtmatig handelen de wettelijke bescherming van relevante wetten, en van bestendig beleid. Per brief van 3 januari 2001 heb ik u, Majesteit, over dit bedrog (alarmerend) geïnformeerd, en heb ik u te hulp geroepen, waarop u snel reageerde en de staatssecretaris van Financiën al op 19 januari 2001 schriftelijk opdracht gaf, om mijn brief aan u voor u te beantwoorden.

 

 

 

kenmerken van de opdracht van Hare Majesteit aan staatssecretaris Wouter Bos

 

 

Wouter Bos (in 2001 staatssecretaris van Financiën) antwoordde per brief van 20 april 2001 voor u en voor de Minister-president (destijds Wim Kok die ook door mij over het gepleegde bedrog was geïnformeerd, en door mij te hulp was geroepen) mede namens Gerrit Zalm (destijds minister van Financiën, die eveneens door mij over het gepleegde bedrog was geïnformeerd, en die tevens door mij te hulp was geroepen).

 

Majesteit, uw antwoord aan mij (geformuleerd door Wouter Bos en Gerrit Zalm) mag een regelrecht drama genoemd worden. Hoewel de staatssecretaris van Financiën al twee door hem gemaakte zeer belangrijke fouten had toegegeven, en terwijl er ook nog twee andere zeer belangrijke gemaakte fouten, met kans op succes, onverdedigbare zijn, liet u mij weten, dat er ten aanzien van mijn bedrijf juist geen fouten waren gemaakt. Maar de fouten zijn daadwerkelijk wel door de bewindsman gemaakt, twee ervan zijn zelfs door de staatssecretaris van Financiën al schriftelijk toegeven, en toch deelde u mij, tegen de feitelijkheden in, mede, dat er geen fouten zijn gemaakt.

 

Dat kan dus niet, gelijktijdig dezelfde gemaakte fouten toegeven en ontkennen. Over de derde zeer belangrijke gemaakte fout, schending van nationale en supranationale wetgeving (schending van de Zesde richtlijn) zweeg u, Majesteit, ten onrechte in alle talen. In feite tracht u het zelfs als legitiem te verkopen, dat uw regering zou hebben mogen en hebben kunnen beslissen, dat er voor mijn dienstverlenend bedrijf Trading Advice als enige bedrijf in Europa wel een ondernemerschap voor de inkomstenbelasting bestond, maar gelijktijdig geen ondernemerschap voor de omzetbelasting. Terwijl dit ondernemerschap nota bene eerst wel, conform de regels, onderdeel was van mijn onderneming. Maar u hebt wel gedaan, wat u niet mocht doen. Ook met dit niet juiste fiscaal technische standpunt kunt u onmogelijk gelijk hebben. U hebt met uw regering in een geharmoniseerd Europees belastingrecht voor mijn bedrijf wel een uitzonderlijke illegale situatie gecreëerd, maar dat mocht u helemaal niet. Deze bevoegdheid hebt u met uw Nederlandse regering eenvoudigweg niet. Maar het is wel gebeurd. U en uw bewindslieden hebben dit niet juiste standpunt niet kunnen innemen zonder de wettelijke voorschriften te negeren. U hebt de wet geschonden. U weet dat, en u moest het weten.

 

Het schriftelijke bewijs, dat de Nederlandse regering zich zeer goed bewust is van het feit, dat zij niet juist heeft gehandeld, valt direct al uit haar bekendgemaakte glasheldere leugens af te leiden. Het valt mede direct af te leiden uit het gegeven, dat de Nederlandse regering ook meerdere malen het vertrouwensbeginsel heeft geschonden (wat zij natuurlijk ook nooit mag doen), hetgeen eveneens is neergelegd in uw brief van 20 april 2001, die het drama in het onderhavige conflict op het allerhoogste niveau inleidde. In een wel heel doorzichtige poging om de aandacht af te leiden van bewust gepleegde schendingen van het vertrouwensbeginsel (de vierde hoofdfout) verwees de Nederlandse regering, in de personen van Hare Majesteit koningin Beatrix der Nederlanden, Minister-president Wim Kok, minister van Financiën Gerrit Zalm en staatssecretaris van Financiën Wouter Bos, zeer nadrukkelijk voor een casus in 1995 naar sinds 1992 niet meer bestaande wetgeving. Hoe hebt u, en hoe hebben uw bewindslieden, zo uitermate onverstandig en bedrieglijk kunnen handelen en blijven handelen Majesteit? Waarom hebt u genegeerd, dat staatssecretaris Willem Vermeend per brief van 30 december 1999 nadrukkelijk nog expliciet heeft medegedeeld, dat voor de genoemde casus de wetgeving van 1995 geldt? Aan  deze expliciete mededeling van Vermeend heb ik staatssecretaris Wouter Bos per document van 17 november 2000 nog extra herinnerd. Desondanks kozen Bos en Zalm daarna voor hun (gewenste) gelijk toch bewust voor de grote leugen, zij kozen bewust voor de verwijzing naar niet (meer) bestaande wetgeving. 

 

Dit betekent onvermijdelijk, dat ook u, Majesteit, mij om de tuin trachtte te leiden, door voor uw vermeende gelijk en het vermeende gelijk van uw regering te verwijzen naar niet bestaande wetgeving. Dit houdt gelijktijdig onvermijdelijk ook nog in, dat er bestendig beleid is, en dat er wettelijke voorschriften zijn ontdoken. En het ontduiken van de voorschriften heet in de eenvoudigste betekenis van het woord (gewoon) fraude. Het verwijzen naar niet bestaande wetgeving zou zelfs als een schoolvoorbeeld van fraude mogen gelden. Voor zulke ambtsschendingen kan toch door niemand op ambtseed getekend worden? Maar het is wel gebeurd. Voor goedkeuring hebben onder meer getekend, Wouter Bos, Jan Peter Balkenende (voor de minister-president en voor u) en Gerrit Zalm. Waarom is er door hen voor bedrog getekend, en waarom wordt deze afschuwelijke daad ook nog door u verdedigd? Kunt u dit (begrijpelijkerwijs) niet uitleggen, en wenst u mij om deze reden verder dood te zwijgen?

 

 

 

handtekeningen bewindslieden

 

 

 

Al kort na het verschijnen van uw brief van 20 april 2001 liet ik u per brief van 2 mei 2001 weten, dat de door mij aan u per brief van 3 januari 2001 gemelde fraude, wegens uw aan mij gemelde reactie en standpunt, welig verder zou tieren. En nu bovendien met uw instemming. Ik verlangde nadrukkelijk van u, dat de nu ook door u mede gepleegde fraude direct zou worden beëindigd. Nu handelde u zelf ook al nadrukkelijk in strijd met bindende wettelijke voorschriften en in strijd met de door u op de Grondwet afgelegde eed. Dit zelfde gold uiteraard ook voor uw, al met name genoemde, bewindslieden.

 

Binnen veertien dagen liet u mij per brief van 16 mei 2001 schriftelijk weten, dat u geen verdere tussenkomst meer zou (kunnen) verlenen. Ieder weldenkend mens kan op zijn klompen aanvoelen, dat u met deze opmerking een nieuwe onaangename leugen in de wereld hebt gezet. Natuurlijk hebt u, wanneer u daadwerkelijk wilt, voldoende middelen om deze fraudezaak te beëindigen of te doen laten beëindigen. U hoeft slechts uw Minister-president Jan Peter Balkenende opdracht te geven dit conflict naar de juiste context en naar de letter van de wet terug te voeren. Waaruit valt uw onwil om dit niet te doen te verklaren Majesteit?

 

Een opdracht aan Jan Peter Balkenende om het gepleegde onrecht te herstellen is voor onze premier persoonlijk natuurlijk uiterst onaangenaam (of feitelijk onmogelijk). Zowel als lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal en als minister-president (van twee kabinetten) heeft Balkenende deze fraudezaak bewust de rug toegekeerd. Deze minister-president heeft alleen maar onzinnige en bedrieglijke reacties gegeven op mijn alarmerende berichten. Op welke wijze kan deze minister-president nu het eerder door hem gelegaliseerd bedrog herstellen, zonder daarbij zijn kabinet op te blazen? Is deze “normen en waarden” Balkenende door zijn vorige handelingen verplicht opnieuw zijn minachting voor het recht en wettelijke voorschriften te tonen, en dient hij het gepleegde bedrog hernieuwd te legaliseren? Het zal wellicht ook zijn praktische lijdraad zijn, en op deze wijze kunnen ook uw leugens blijven regeren Majesteit.

 

Het keiharde feit, dat precies deze bewindsman met de grootste voorbeeldfunctie en van gereformeerde huize, die zijn mond vol heeft van normen en waarden, en die zijn uiterste minachting demonstreert voor het recht en van wettelijke voorschriften, getuigt toch van de hoogste graad van schijnheiligheid. Wat kan op deze wijze integriteit nog betekenen met betrekking tot Jan Peter Balkenende? Deze man hoort in feite, volgens de letter en de geest van het wetboek van strafrecht, alleen al voor zijn handelingen in mijn casus in de gevangenis thuis (bewust gepleegde ambtsmisdrijven).

 

Blijft u met uw regering uw uiterste best doen om mij (zelfs) dood te zwijgen Majesteit? Blijft het uw voorkeur houden, om mijn conflict met de Nederlandse regering toch maar in de moeder der nationale doofpotten, in uw eigen koninklijke doofpot verstopt te blijven houden? Welke haan zou er dan nog naar kunnen kraaien? Alleen Sam Broersma’s eigen magere haan misschien? Broersma verklaren we desgewenst dan maar via onze loyale spreekbuizen voor gek, want een val van het kabinet Balkenende II, die bij een juiste wettige gang van zaken het gevolg zou moeten zijn, dat kan natuurlijk nooit. Zet u om deze reden liever alle bedriegers bij elkaar op het deksel van uw bijzondere doofpot, een heuse koninklijke doos van Pandora?

Deze zaak blijkt per se niet onderzocht te mogen worden, want als het waar is dat, dan ……..!!!!!!

 

 

Minister van Financiën Gerrit Zalm die als fraudeur voor de tweede keer expliciet naar niet bestaande wetgeving verwijst

 

Via een WOB procedure en een rechter in Middelburg kreeg ik schriftelijk bewijs in handen, dat de minister van Financiën Gerrit Zalm door één van zijn belangrijkste topambtenaren ernstig  was misleid. De minister liet in maart 2002 een beleidsmedewerker samen met mij nog eens alles op een rijtje zetten. Hoewel het bewijs voor mijn gelijk (en gelijktijdig het ongelijk van de Nederlandse regering) duidelijk en sluitend is, en de minister dat ook zag, handhaafde de minister van Financiën zijn eerder ingenomen niet juiste standpunt. Deze kon of wilde kennelijk om politieke redenen zijn gemaakte fouten niet toegeven. Uit puur triomfalisme greep deze minister naar ongeoorloofde machtspolitiek kennelijk bevreesd voor de gevolgen van een juiste rechtsgang. Hij stelde, tegen de feitelijkheden in, nogmaals duidelijk op schrift, dat er naar zijn mening door de Nederlandse regering geen fouten zijn gemaakt in het conflict Trading Advice/Broersma versus de Overheid. En opnieuw verwees Nederlands financiële schatbewaarder en zwaargewicht in de regering (en machtstructuur) voor zijn vermeende gelijk naar niet bestaande wetgeving. Deze mededeling is bovendien (zoals reeds eerder gemeld) ook in volledige tegenstelling met de mededeling uit de brief van 30 december 1999 van staatssecretaris Willem Vermeend, waarin deze bewindsman nog expliciet heeft medegedeeld, dat (conform de wettelijke voorschriften) voor de genoemde casus de wetgeving van 1995 geldt. Zalm schond opnieuw in redelijkheid gewekt vertrouwen, wettelijke voorschriften en bestendig beleid.

 

Waarom mag deze bewindsman van u ongehinderd door blijven gaan met liegen Majesteit? Waarom wordt deze bewindsman met zijn herhaalde leugens en zijn gepleegde misdrijven niet onmiddellijk (bijvoorbeeld op uw instructie) uit de regering gezet? Op de door hem gepleegde misdrijven staat bovendien gevangenisstraf (onder meer art. 355 - lid 3 en lid 4 - en art. 356 wetboek van strafrecht), hetgeen bepaalt dat Zalm direct geschorst dient te worden tijdens een vooronderzoek. Waarom blijft u deze minister de hand boven het hoofd houden Majesteit? Is dit mede om uw machtige financiële elite te bevoordelen? Liegende bewindslieden moeten toch (direct) opstappen Majesteit? Waarom moest Philomena Bijlhout (staatssecretaris van Emancipatie) na haar ontdekte leugen in 2002 direct opstappen, waarom diende Charles Swietert (staatssecretaris van Defensie) na zijn leugens in 1982 op te stappen, en waarom mag Gerrit Zalm met zijn herhaalde duidelijke op schrift gestelde leugens wel ongehinderd blijven zitten? En waarom wordt er tot de hoogste instantie met illegale trucs (door middel van het plegen van misdrijven) geweigerd, om een strafrechterlijk onderzoek in te stellen naar de daadwerkelijk gepleegde misdrijven? Uw onschendbaarheid heeft helaas niet kunnen verhinderen, dat u net als Gerrit Zalm en zijn collega bewindslieden, bent geworden tot medepleger van misdrijven (bewuste schending van wettelijke voorschriften). Ook u hebt misdadigers ongeoorloofd in bescherming genomen (begunstiging van daders Art. 189 wetboek van strafrecht) U weet dit allemaal, u bent van alles uitvoerig op de hoogte, en u blijkt het allemaal goed te vinden. Waarom blijft u op dit (anarchistisch) stinkei broeden Majesteit? Waar is uw integriteit en waar is uw waardigheid? Waarom blijft uw bevolking in deze misleid en bedrogen? Komt bij ontdekking van de door u gepleegde leugens de monarchie wellicht in gevaar? Is dit ook één van uw afwegingen?

 

 

Hoe reageerden de Tweede Kamer der Staten Generaal op de bestuursrechterlijke fraude en het Openbaar Ministerie op de gepleegde misdrijven?

 

Het heet te zijn, dat de Tweede Kamer de Nederlandse regering controleert. In mijn conflict met de overheid blijkt deze controle niet meer dan een selectieve, tot niets verplichtende, lippendienst te zijn. Deze controleurs stelden zich zelfs op als ware secondanten van de regering door de gepleegde wetschendingen volledig te aanvaarden. Nog voordat mijn bedrijf in januari 1997 was beëindigd, had ik in november 1996 de Tweede Kamer der Staten Generaal te hulp geroepen tegenover staatssecretaris van Financiën Willem Vermeend, die in 1995 en in 1996 meerdere malen de wettelijke voorschriften had geschonden, en die mijn bedrijf gewoon liet omvallen. De vaste kamercommissie voor Financiën en ook de Nationale Ombudsman lieten zich gewillig door Vermeend met een kluitje in het riet sturen, en aanvaardde kritiekloos zijn schendingen van wettelijke voorschriften en van bestendig beleid. Mijn contacten met de zowel de Eerste- als met de Tweede Kamer der Staten Generaal kenmerken zich vanaf 1996 tot op heden tot één, zich consequent herhalende, halsstarrige weigering om de regering te controleren.

 

Mede als droevige dieptepunten van het parlement  kunnen worden genoemd het niet juiste en misleidend optreden van de kamervoorzitters Van Nieuwenhoven, Weisglas, Timmerman-Buck, en individuele kamerleden. Want hoe moet je bijvoorbeeld denken over Henk de Haan van het CDA, die bewust en schaamteloos een rapport voor de commissie voor de verzoekschriften achterhield? Fraude plegen blijkt een geaccepteerd en frequent gebruikt gereedschap van onze volksvertegenwoordigers te zijn. De Nationale Ombudsman (Martin Oosting) en de Algemene Rekenkamer (Saskia Stuiveling) bewezen niet meer dan bliksemafleiders en handlangers van het landsbestuur te zijn. Of het riskant is om de fractievoorzitters van de politieke partijen in de Tweede Kamer charlatans te noemen?  Welnee, ze hebben mij daarvan moeiteloos kunnen overtuigen, en zij hebben mij daarvoor voldoende aanwijzingen gegeven. De traditie en de machtsverhoudingen lijken hun onfrisse en ongewenste praktijken te bepalen. Deze personen blijken de gewone burgers van Nederland te minachten, en zijn vooraleerst met hun eigen carrière en met hun eigen toekomst bezig. Na mijn rapport “Koninklijk Bedrog” van 14 november 2001 heb ik ook mijn brandbrief aan uw adres van 17 oktober 2003 bezorgd bij alle fractievoorzitters van de Tweede Kamer der Staten Generaal. Iedereen is, bij herhaling en bij aanvulling, zeer uitvoerig op de hoogte gebracht van het gepleegde bedrog. Te uwer (zwarte) glorie zijn zij u en uw regering loyaal gebleven, en blijven zij hun ogen sluiten voor daadwerkelijk gepleegd bedrog en voor daadwerkelijk gepleegde misdrijven.

 

In het strafrechterlijk circuit is alleen het Openbaar Ministerie bevoegd om een strafrechterlijk onderzoek te doen, en zaken voor de rechter te brengen. Het Openbaar Ministerie  werkt volgens het opportuniteitsbeginsel, hetgeen betekent dat dit orgaan bepaalt of, hoe, wanneer en in welke mate een onderzoek wordt uitgevoerd, en hoe een zaak voor de rechter wordt gebracht. Deze onaantastbare macht wordt ook in mijn conflict met de overheid volop misbruikt. Hoewel ik schriftelijk bewijs van misdrijven (ambtsmisdrijven) op verschillende plaatsen in handen heb gesteld bij het Openbaar Ministerie is het wel duidelijk geworden, dat het Openbaar Ministerie, in het voordeel van de machtstructuur, geen strafrechterlijk onderzoek in wil stellen naar door (top)ambtenaren gepleegde misdrijven. (Oud)minister van Justitie Benk Korthals stuurde mij ten onrechte naar de politie om aangifte tegen bewindslieden van zijn regering te doen. Voor deze misleidende daad bood hij later wel zijn (schriftelijke) excuses aan, maar hij weigerde vervolgens een strafrechterlijk onderzoek bij koninklijk besluit te starten, hetgeen bij gepleegde misdrijven door bewindslieden is voorgeschreven. Bij de politie in Vlissingen, waar ik aangifte van strafbare zaken heb trachten te doen tegen bewindslieden en (top)ambtenaren (de minister had mij uiteindelijk naar de politie gestuurd, omdat dat volgens hem de beste weg zou zijn), weigerde de politie mijn aangifte op te nemen, en werd ik zelfs weggestuurd. Korte tijd daarna bevestigde de politie mij schriftelijk, dat zij dat had gedaan in overleg met de fraudeofficier van Justitie in Middelburg Fred van Es. Ook hoofdofficier van Justitie Jan Eland in Middelburg wilde mij perse niet ontvangen. Aan één van haar kerntaken (waarheidsvinding) mocht kennelijk op instructie van het college van Procureurs-generaal (De Wijkerslooth) niets gedaan worden. Dit college had eerder al mijn melding van strafbare zaken niet serieus willen nemen.

 

Enkele bekende namen bij justitie die liegen en bedriegen, en die volop op de rem staan om ervoor te zorgen, dat mijn conflict met de overheid perse niet in onderzoek wordt genomen, zijn naast de reeds genoemde super PG Joan De Wijkerslooth, de Secretaris-Generaal bij Justitie Joris Demmink, de plaatsvervangend Secretaris-Generaal bij Justitie Leonard Kok, en de Directeur-generaal rechtshandhaving bij Justitie Stan Dessens. Bij deze namen hoort natuurlijk ook Piet Hein Donner de minister van Justitie in eigen persoon. Een minister die minimaal zijn club niet onder controle heeft, maar die wel de volle verantwoordelijkheid draagt. De genoemde personen handelen steevast tegen alle bestendige rechtregels in. En dienaren die weigeren in te grijpen moeten ontslagen en vervolgd worden. Zo steekt onze rechtstaat toch in elkaar? Maar wie gaat dat doen? Dat in moeilijke situaties rechtregels willekeurig overboord gegooid worden, zegt veel over de kwaliteit van ons rechtssysteem. Van de namen van in strijd met de wettelijk voorschriften handelende officieren van Justitie noem ik hier ook de naam van Hoofd Advocaat-Generaal mr. M.A.A. Van Capelle bij het Haagse Hof. Van Capelle staat in bredere kring bekend als een rasechte en beruchte bedrieger en leugenaar. We kunnen hem publiekelijk vooral kennen uit zijn periode van voor en in Groningen, en van de gecontroleerde invoer van drugs door de overheid (IRT-zaak). Wanneer de stelling, dat je voor een gewenste controle op belangrijke sleutelposities het best chanteerbare mensen kunt neerzetten, opgeld doet, dan geldt dat zeker ook voor deze brekebeen. Hoewel het zijn taak is, heeft deze man ook in mijn zaak aan waarheidsvinding niets bijgedragen. Dat is gemakkelijk Majesteit zo’n trouwe loyale helper(s).

 

Bestaat er in Nederland een onafhankelijke rechterlijke macht, zoals door sommigen graag beweerd wordt? Misschien soms wel, maar als regel zeker niet in alle gevallen. Dat heb ik in de afgelopen jaren wel moeten ervaren, en dat heb ik ook uit onderzoek, verslagen en ervaringen van anderen geleerd. In mijn boek zal ik aandacht schenken aan het gegeven van de verplichte procesvertegenwoordiging, plaatvervangende rechters en aan netwerken rondom advocaten en rechters en dienaren van het Openbaar Ministerie. In een rechtstaat betekent het, dat een ieder gelijkelijk recht kan halen, maar in de Nederlandse praktijk is dat niet het geval. Deze praktijk is doorspekt van willekeur en van corrupt handelen door justitie, advocaten en rechters. En die rechter kan in dubbelfunctie ook nog advocaat zijn of bij het Openbaar Ministerie werken. In mijn conflict met de overheid liep ik in het strafrechterlijk circuit in een artikel 12 procedure tegen drie ernstig corrupte rechters op bij het Hof van Justitie in Den Haag. Deze rechters Mr. de Vries, vice-president en tevens zittingvoorzitter, en de raadsheren Huijgen en Herstel blijken één (georganiseerde) pot nat te zijn met het Openbaar Ministerie (in deze zaak de reeds genoemde Hoofd Advocaat-Generaal mr. M.A.A. Van Capelle).   

 

Bij de Raad van State (de hoogste bestuurrechter in Nederland) trof ik in een geschil met de staatssecretaris van Financiën in een WOB procedure als zittingvoorzitter de oud bewindsman Ernst Hirsch Ballin aan. Deze voorzitter zette bij zijn uitspraak duidelijk zijn beide petten op. Eén als rechter in het onderhavige geschil en één als adviseur van de Nederlandse regering. Hoewel hij mijn redenatie goed keurde (en hij mij mijn gelijk en het door mij gevraagde document had moeten geven), wist hij toch met een niet toegestaan trucje te bewerkstelligen, dat de staatssecretaris mij een door mij gevraagd document (dat kennelijk voor de staatssecretaris bezwarend was) niet openbaar behoefde te maken.

 

En zo ben ik weer terug bij u Majesteit. Want omdat u voorzitter van de Raad van State bent, hebt u grote invloed om dit bedrog ongedaan te maken. Maar ook dit bedrog liet u ongemoeid. U zult het allang niet meer vreemd behoeven te vinden, u hebt zelf redenen gecreëerd, dat ik tussentijds aan uw integriteit ben mogen gaan twijfelen.  

 

Per datum van 17 oktober 2003 stuurde ik u mijn Brandbrief met toegevoegde bewijsstukken aan uw particulier secretaris de heer Rossum, en bezorgde ik voor u ook een versie bij uw Kabinet der Koningin. Deze brandbrief bezorgde ik eveneens bij een aantal bewindslieden (waaronder minister-president Jan Peter Balkenende) en bij alle fractievoorzitters van de politieke partijen in de Tweede Kamer der Staten Generaal.

 

 

 

aanhef brandbrief aan Majesteit en ministers

 

 

 

In plaats van een adequate reactie volgde er een diepte stilte en bleven ook uw koninklijke billen stijf tegen elkaar geknepen Majesteit. Leven we hier echt in een bananenmonarchie, en is het landbestuur en haar volgers daadwerkelijk een heuse criminele organisatie Majesteit? Is het mede aan uw inspanning te wijten, dat de burger, met uitzondering van de beschermde elite,  vogelvrij is, wanneer dat voor de elite vereist of gewenst is? Gaat willekeur bij u dan toch boven de wet en boven de door u afgelegde ambtseed? U wilt uw burgers toch niet echt zand in de ogen (blijven) strooien? Ik ben bijzonder benieuwd om van u te vernemen, hoe u met uw geweten en met uw waardigheid in deze omgaat, en wat uw ambtseed u waard is. Ik stel het niet op prijs, dat ik niets meer van u heb mogen vernemen.

 

Denkend aan uw talent voor kunst en aan uw gevoel voor humor, vraag ik u, om naast uw andere 82 permanente beschermvrouwschappen, ook als (onbezoldigde) beschermvrouw van deze website op te willen treden. Want u wilt toch ook niet toe blijven staan, dat ik als rechteloos burger door het leven zal moeten blijven gaan? U dient deze breed gedragen demonstratie van machtsmisbruik en van ongeoorloofde machtpolitiek onmiddellijk te stoppen Majesteit. De Nederlandse regering dient de gemaakte fouten onomwonden toe te geven, zij dient excuses te maken en zij behoort de gemaakte schade onmiddellijk te vergoeden. Zo hoort dat toch? Daarvoor beloof ik u, dat ik in mijn boek het conflict uitvoeriger zal toelichten.

 

In welke mate is het mis in Nederland wanneer Hare Majesteit koningin Beatrix der Nederlanden en haar bewindslieden tenminste al één van haar burgers (maar in wezen kennelijk toch ook alle gewone burgers) niet alleen niet de bescherming van de wet kunnen en willen garanderen, maar dat zij daarbij ook nog bereid waren daarvoor daadwerkelijk misdrijven te plegen? Een volstrekt onschuldige landgenoot blijft door u en de Nederlandse regering vernederd en gemarteld worden, en uw misdadigers (die net als u een grote voorbeeldfunctie hebben) worden door u bovendien ook nog beloond door hen, via uw koninklijke doofpot, uit de wind te houden. Gaat u dit (laten) rechttrekken Majesteit? Of zult u (ook) na deze publicatie uw grote leugen aan mij en aan de Nederlandse bevolking blijven handhaven. Waarom schendt u (ook) het gelijkheidsbeginsel door mij de bescherming van de wet te onthouden? Blijft u, als doctoranda in de rechtswetenschappen, het recht bewust vertrappen?